Let op! U bevindt zich niet op de corporate website van Fonds 1818. Klik hier als u daarnaar op zoek was.

Groene Schoolpleinen

Groene Schoolpleinen - € 425.000

Het programma Groene Schoolpleinen heeft tot het eind van 2015 actief doorgelopen. Per 1 januari 2016 werd het programma stopgezet. Dit houdt in dat de nog lopende aanvragen (die al een startdonatie hebben aangevraagd) nog via het programma worden afgehandeld, maar nieuwe aanvragen volgens de reguliere Fonds 1818 aanvraag worden behandeld. Dit betekent geen maximumbedrag meer van € 25.000, maar in aansluiting aan het schoolpleinbeleid een bedrag van maximaal € 10.000 - € 15.000. Alleen achterstandsscholen in stedelijk gebied kunnen nog wel via het oude regime worden behandeld.

In 2016 leverde dit vier nieuwe aanvragen op en 30 afhandelingen. In totaal werd een bedrag van € 632.000 gedoneerd. Aangezien er nog steeds scholen zijn die zich destijds tijdig hebben aangemeld voor het programma maar om de een of andere reden niet direct aan de slag konden (bv door op handen zijnde verbouwing) moet er toch nog een stevig bedrag worden gereserveerd voor 2017.

Vanaf het begin van het programma Groene Schoolpleinen is het onderhoud en het beheer van de pleinen een punt van bijzondere aandacht. In opdracht van het fonds is in 2014 door vier organisaties, waaronder twee gemeentelijke natuur- en milieu-educatieafdelingen, een scholingsprogramma ontwikkeld, dat inmiddels al twee jaar met succes loopt. Iedere school kan zich inschrijven voor maximaal drie workshops, die op het eigen plein zullen worden gegeven. Na de derde workshop heeft de school een eigen beheer- en beleefkalender opgesteld, op maat gemaakt voor het eigen Groene Schoolplein. Op deze manier kunnen scholen hun natuurlijke pleinen beter onderhouden, maar het gebruik van het plein ook beter in hun onderwijs integreren.

Dit workshopprogramma is met groot enthousiasme ontvangen en loopt erg goed. Eens per drie maanden komen de workshopleiders bijeen en wisselen hun ervaringen uit. Inmiddels worden de scholen die nu pas in het programma instappen verplicht gesteld deel te nemen aan het workshopprogramma. Dit programma zal ook in 2017 worden voortgezet.

Programma Buurtmoestuinieren (BMT)
Naar aanleiding van de meta-evaluatie Stadslandbouw van een aantal jaar geleden is het afgelopen jaar het programma Buurtmoestuinieren van start gegaan, in samenwerking met de Gemeente Den Haag. Op drie locaties is een start gemaakt:  in Moerwijk, Bouwlust en Laak. Er zijn begeleidende teams gezocht en gevonden, de eerste tuintjes zijn met behulp van betrokken wijkbewoners  aangelegd.
Hoofddoel van de pilot is het vergroten van de leefbaarheid in een wijk, door middel van buurttuinieren.

Na een positieve evaluatie zou het project op andere locaties uitgerold kunnen worden. De praktijk laat echter zien dat dit een vrij lastig traject is en dat uitrol op deze manier waarschijnlijk niet wenselijk is.
Allereerst blijkt de samenwerking met de gemeente Den Haag, hoe enthousiast ook aangegaan, stroperig. Gezien het feit dat er veel gemeenten zijn binnen het werkgebied van het fonds is de aanpak die nu is gekozen niet werkbaar. Ten tweede is het project sterk afhankelijk van de begeleiders en de overige samenwerkingspartners, die zelf ook niet altijd even stevig staan (denk aan Coöperatief Eigenwijzer met steeds wisselende directeuren).

Zonder teveel op de feiten vooruit te lopen zou er gedacht kunnen worden aan een product dat door het fonds wordt  ontwikkeld en dat vervolgens onder voorwaarden kan worden aangeboden aan grondeigenaren als gemeenten en woningcorporaties. Daarmee wordt meteen het commitment van deze partijen afgedwongen.
De drie wijken waar de moestuinen nu groeien gaan door op de ingeslagen weg. Met name in Bouwlust en Moerwijk worden er goede resultaten geboekt, die worden gemonitord. In dit stadium zijn er nog geen inhoudelijke conclusies te trekken over de impact die de tuintjes  hebben.

Verloren landjes
‘Je kent ze wel. Die braakliggende stukjes grond. Ze liggen te wachten op nieuwbouw die niet gaat komen of ze zijn gewoon 'vergeten'. Juist in buurten met weinig speelruimte bieden deze landjes een prachtige kans! In de komende drie jaar worden door kinderen en andere bewoners van 15 buurten in drie gemeenten in het werkgebied van Fonds 1818 deze Verloren Landjes gefaseerd omgetoverd tot een bruisende plek voor de buurt. Zo ontstaat er meer speelruimte voor kinderen van 0-12 jaar.

Daarnaast vormen de plekken een ontmoetingsruimte en wordt met activiteiten de sociale cohesie gestimuleerd. Hierbij worden spelen en natuur als middel ingezet. Het fonds initieert deze projecten en ondersteunen ze met kennis, ervaring en een financiële bijdrage. Er wordt daarbij nauw samengewerkt met de drie gemeenten en lokale partijen. Het project vormt een voorbeeldfunctie voor andere gemeenten.

De Verloren Landjes is een nieuwe programma van Fonds 1818, uitgevoerd in samenwerking met Ravottuh en Jantje Beton. Totale kosten van het project zijn begroot op € 673.750,-, waarvan
€ 500.000,- wordt betaald door Fonds 1818. Voor de eerste gefaseerde opzet is in 2016 € 200.000 besteed.  Eenzelfde bedrag zal in 2017 naar verwachting eveneens worden uitgegeven aan de tweede fase van het project.

Fonds 1818 projecten

Bijen in de Buurt en Vlinderidylles
Het project Bijen in de Buurt liep  in 2016 en kwam voort uit de Groene Cirkel Bijenlandschap (een platform voor bedrijven, ondernemers en kennisinstellingen, opgericht door Heineken, de Provincie Zuid-Holland en Alterra (Wageningen UR). Het project werd financieel verdubbeld door de provincie Zuid-Holland.

Een opvolger van dit Fonds 1818 project is het project Vlinderidylles, dat in 2017 zal worden uitgevoerd. De bedoeling is binnen het werkgebied van het fonds 20 vlinderidylles aan te leggen van minstens 1.000 m2, die een bloemrijk grasland opleveren. Mensen zijn belangrijk bij idylles. Mensen moeten actief betrokken zijn bij de plannen, uitvoering, beheer en monitoring. Het moeten plekken zijn in een woonwijk, maar ook ván de wijk. Behalve bewoners kunnen ook afdelingen van IVN of KNNV, imkerverenigingen, tuinenclubs en allerlei anderen actief betrokken worden.

Een idylle in de buurt van een zorgcentrum kan goed samen met dat centrum worden opgezet en is er een school in de buurt dan is het prachtig als die er ook bij betrokken kan worden.
Uitvoering geschiedt door de Vlinderstichting, financiering komt voor een kwart van het fonds, verdubbeld door de provincie Zuid-Holland, wederom verdubbeld door de betrokken gemeenten.

Compostbakkers
2015 was het internationale Jaar van de Bodem. Het fonds sloot hierop aan met het project Buurtcomposteren. Gemeenschappelijke tuinen kwamen in aanmerking voor compostbakken en een bijbehorende cursus buurtcomposteren. De vele buurttuinen zijn ideale plekken om op kleine schaal compost te gaan maken, zeker nu in veel buurten geen GFT-afval apart meer wordt opgehaald. Het voordeel voor de tuinprojecten ligt vooral in het feit dat men andere bewoners naar de tuin trekt : mensen die wellicht niet direct iets met tuinieren hebben, maar die wel begaan zijn met het milieu en graag een steentje bij willen dragen aan een schonere leefomgeving.

Het per buurt inzamelen van gft verhoogt het draagvlak van het tuinproject. Daarnaast levert het ook nog eens schone en kwalitatief goede compost op. Inmiddels zijn ca. 20 buurtcompostplekken opgeleverd, het project wordt ook in 2017 voortgezet.

Geveltuintjes
In 2016 is in twee wijken van Leiden een pilot gedraaid van het Fonds 1818 project Geveltuintjes. Er is een opzet gemaakt, een website gelanceerd, plantpakketten samengesteld. De gemeente Leiden is bereid gevonden als partner mee te werken en levert een 50% bijdrage, met name in natura. De pilot is geëvalueerd, en zowel de gemeente Leiden als het fonds hebben besloten een vervolg aan het project te geven.

Doel van het project is ten eerste vergroening van de stad: hierdoor wordt de stad beter bestand tegen klimaatverandering, het vermindert hittestress en wateroverlast.  Groen zorgt voor een prettige leefomgeving, het oogt mooier en de tuintjes trekken vogels, vlinders en insecten aan. Extra groen is ook voor kinderen erg aantrekkelijk en draagt bij aan een positieve ontwikkeling. Ten tweede bevordert het de sociale verbondenheid: gezamenlijk met je buren in actie komen om je straat te vergroenen, zodat je buurt klaar is voor klimaatverandering en een fijnere leefomgeving biedt. Zo krijgen ze niet alleen een mooie groene straat maar ontstaat ook meer sociale verbondenheid met de buren.
 

U bent hier